dinsdag 17 oktober 2017

Thuis

We zijn weer thuis. In een huis dat raar aanvoelt sinds het een bewoner mist. Die bewoner die er nog zo thuis hoort, maar die er fysiek niet meer is. Het lijkt bijna of zelfs het huis hoopt dat diegene snel weer thuis komt, afgaande op alle kleren en speelgoed die je nog overal tegenkomt.

Thuis – dit is ons thuis maar toch voelt het anders sinds 17 september. Waar ben je, Art? Ik mis je verschrikkelijk. Het wordt alleen maar erger en ik weet niet of ik dat aan kan.
Er worden nog steeds kaartjes bezorgd. Bloemen en chocolade. Lief dat veel mensen aan ons denken en ook dachten aan jouw geboortedag (wat een rotbenaming, het had gewoon jouw verjaardag moeten zijn).
Het is rauw, keihard – het besef dat ik jou nooit meer kan knuffelen, nooit meer mijn neus in jouw kriebelhaartjes kan planten, je mollige handje nooit meer in de mijne zal voelen.

En ik blijf huilen, en ik wil dat niet, want ik wil voor Benten, Wende en Reva geen moeder zijn die alsmaar huilt. Maar de tranen blijven komen, om de gekste dingen. Ik mis je, Art, en dat doet hartverscheurend veel pijn. En ook deze omschrijving dekt de lading niet. Het is gruwelijk veel meer dan dat.

zondag 15 oktober 2017

Goddelijke jukebox

Al de hele week hier op het eiland heb ik het gevoel dat ik een kaarsje voor Art moet branden (mijn opvoeding denk ik, eens een katholiek, altijd een katholiek).
In het stadje Soller bezochten we een (dé) kerk, daar kon het eindelijk. Bij het beeld van Maria natuurlijk, zo voelde ik dat, de moeder van iedereen.
Zodra we het muntje in het daarvoor bestemde bakje hadden gegooid en een brandend waxinelichtje tussen al de andere kaarsjes hadden gezet, galmde een best vrolijk deuntje door de kerk. 'Viva Maria', klonk het, 'Viva nostra madre'.
Ik ging in een kerkbank zitten en luisterde naar het kitscherige liedje waarvoor ik opeens helemaal openstond. Laat mijn eerste naam nu ook Maria zijn. En toen snapte ik het helemaal. Een grapje van Art, een groet voor zijn lieve mamaatje. Hij is nog ergens, daarvan ben ik overtuigd (eens een katholiek, altijd een katholiek).
Na deze vrolijke uitspatting was het weer even stil als altijd in een kerk.

donderdag 12 oktober 2017

Pijn

Hier zit ik, op een eiland. Arts geboortedag (afgelopen dinsdag) ontvlucht. De pijn om zijn verlies wordt alsmaar heftiger. Lig ik te huilen op het strand. Zacht, zodat Benten het niet merkt.
Ik bekijk foto's van Art, keer op keer, en moet lachen en huilen tegelijk. Ik ben ontroerd en zo verdrietig. Ik probeer aanwijzigingen te vinden. De achteruitgang van Art te zien. Soms is die er, maar op andere foto's is hij weer zo fris als wat.
Ik zit op een warm eiland en ik moet de draad van mijn leven oppakken. Er zijn mensen die graag willen dat ik dat doe. Dat ik me weer op hen richt.
Maar op dit moment kan ik niets, behalve de pijn voelen om een heel lief, grappig mannetje dat er niet meer is. Míjn mannetje.

vrijdag 29 september 2017

Achterstallig onderhoud

Een van die dingen waar ik maanden niet aan ben toegekomen, is een bezoek aan de kapper. Vandaag moet het gebeuren. Als ik binnen kom, zie te veel bekende gezichten.
‘Ben je op vrijdag altijd vrij?’ vraagt de kapster.
‘Ik werk niet,’ hoor ik mezelf haar zin afkappen.
‘Dus voor jou is het iedere dag vrijdag,’ gaat ze verder.
Iedere dag vrijdag 22 september 2017 ja, denk ik, de dag dat ik het lichaam van mijn zoon in de oven zag verdwijnen. Maar ik lach netjes en antwoord niets.
Te snel zeg ik dat mijn haar zo goed is.

dinsdag 26 september 2017

Het gaat

Gisteravond zag ik in Carré een van mijn (schrijf)helden, David Sedaris. De kaartjes had ik al lang van tevoren besteld en ik dacht, misschien is het goed om toch even te gaan, mijn hoofd op andere gedachten te brengen.
Het ging best redelijk, ik moest soms lachen en luisterde goed naar de opbouw van zijn verhalen (ik was er tenslotte ook om wat te leren).
Sedaris was aan het vertellen op een leeg podium, en daar dwarrelde naast hem een glinsterend papiertje naar beneden, dat enorm opviel tegen de zwarte achtergrond. Art!, ging er door me heen, Art!
Mariëlle, zei ik streng tegen mijzelf, alsof Art een papiertje van boven te laten vallen om te zeggen dat hij nog ergens is. Nu, tijdens deze avond, terwijl jij je hoofd op andere gedachten probeert te brengen. Dat zou hij echt niet doen, hij zou jou dat avondje voor jezelf gunnen.
Maar het hielp niet, ik kon me niet meer concentreren op de Engelstalige verhalen. Eigenlijk was het zonde dat ik naar Amsterdam was afgereisd. Het enige waaraan ik kon denken was mijn overleden zoon.
Vanmorgen zei Benten: ‘Mama, eigenlijk gaat het wel zonder Art.’ Ja, eigenlijk gaat het wel zonder Art. We doen ons ding, houden ons vast aan de structuur van ons leven zonder te hoeven nadenken. We staan braaf op tijd op, leveren Benten op tijd op school af, laten de hond uit, koken ook nog een gezonde maaltijd. Maar ergens wacht ik op het Grote Zwarte Gat. Ik weet zeker dat dat zal komen. Ook bij Benten. En ik vrees dat we daar lange tijd in zullen verdwijnen.